Locaties

Aanval met parafragbommen op een Japans vliegveld
Aanval met parafragbommen op een Japans vliegveld

De expeditie heeft een tweetal gebieden geselecteerd waar het onderzoek zich op zal concentreren. In het eerste gebied is bekend dat er een B-25H bommenwerper van het 418e Nightfighter Squadron ligt, bij een aanval in een motor geraakt en genoodzaakt een noodlanding in een moerasgebied te maken.

 

In het tweede gebied ligt een drietal Japanse vliegvelden die in 1944 aangelegd zijn als ondersteunende velden voor de Japanse luchtmacht opererend uit de Molukken en Halmahera en als uitwijk velden voor de belangrijke vliegbasis Babo. Deze drie velden zijn na de oorlog niet opnieuw in gebruik genomen door het Nederlands gezag of na 1962 door de Indonesische overheid. Door hun afgelegen ligging zijn ze relatief onaangetast gebleven en kan daardoor een goed beeld worden verkregen van de Japanse aanleg en gebruik van bush vliegvelden.

Redding van de  B-25H crew

Op 25 juli 1944 werd een B-25H medium bomber van het 418e Nightfighter Squadron bij een aanval op Japanse scheepjes in McCluer Gulf in een van de motoren geraakt. Lt Barnett probeerde nog de thuisbasis op Wakde te halen, maar moest een noodlanding maken in een moerasgebied in de zuidwesthoek van het Vogelkop schiereiland. De vierkoppige bemanning kwam ongedeerd uit het toestel en zag dat een andere B-25 boven hun hoofd cirkelde. Later kwam een Catalina vliegboot voorraden droppen en het bericht dat een reddingsmissie de mannen zou komen halen.

Dat bleek het begin van een drie weken durende operatie waarbij de Nederlandse KNIL officier Louis Rapmund een belangrijke rol speelde. Catalina's brachten de reddingsmissie naar de monding van de Kais rivier vanwaar de groep met hulp van lokale Papoea's en hun kano's de rivier op voeren om de B-25 te kunnen bereiken.

Onderweg werd duidelijk dat er zich zo'n 150 Japanse soldaten in het gebied bevonden. Rapmund en een eenheid infanteristen van de 41e (US) infanterie divisie wierpen een hinderlaag op terwijl een team van KNIL soldaten en Australische survivalexperts doortrokken naar de B-25. In een serie schermutselingen wist Rapmund de Japanners te verdrijven, daarbij nog een overgelopen Indische bestuursambtenaar gevangen nemend.

Louis Rapmund, Nieuw Guinea 1944
Louis Rapmund, Nieuw Guinea 1944

Na een week kwam de B-25 crew met hun redders in kano's terug en kon men de terugtocht naar Mirimiri aanvangen. Voordat de ploeg terugvloog naar Biak, werd door redders, geredden en de Papoea's een feestelijke rijsttafel gegeten.

 

De B-25H is, zo komt uit de rapportages naar voren, redelijk intact in het moeras geland. Eén vleugel is bij de vleugelwortel losgebroken, waarschijnlijk door het raken van een sagopalm of een vleugeltip die eerder de moerasgrond raakte. Het terugvinden van het toestel zal niet eenvoudig zijn aangezien het een moerasgebied betreft wat lastig te doorkruisen valt. De bemanning deed drie uur over het ophalen van voorraden die per parachute waren afgeworpen en op 300 meter van het wrak neer waren gekomen.

 

Ervaring leert dat de lokale bevolking over het algemeen vrij goed op de hoogte is van waar zich vliegtuigwrakken bevinden en een combinatie van gebruik maken van rapporten, luchtfoto's, satellietbeelden en lokale kennis zal het team waarschijnlijk naar de juiste plek brengen.

Drie vliegvelden

Tankauto nabij Sagan (foto Marek Katarynki)
Tankauto nabij Sagan (foto Marek Katarynki)

Op het schiereiland Bomberai liggen drie vliegvelden die na de oorlog relatief onaangetast zijn gebleven: Mongosah, Otawiri en Sagan. Volgens een aantal verkennisrapporten uit de oorlogsperiode waren het geen echte vliegvelden, maar slechts dummy velden om de aandacht van de Geallieerde luchtmacht af te leiden van de werkelijk belangrijke doelen zoals Babo, Jeffman en Kaimana. De hoeveelheid tijd, mankracht en materiaal die de Japanners in deze vliegvelden hebben gestoken, spreken dit echter tegen. Het Japanse leger was niet rijk bedeeld met zwaar materieel voor de aanleg van vliegvelden en de vondst van veel van dit materieel op een van de velden vormt bewijs voor op zijn minst de intentie deze vliegvelden daadwerkelijk operationeel in te zetten. Dat ze nooit intensief gebruikt zijn, zal eerder gelegen hebben aan het tempo van de Geallieerde opmars en het overweldigende luchtoverwicht van de 5th Airforce en de RAAF, in combinatie met een volledig tekortschieten van de logistieke organisatie van de Japanse legerluchtmacht die vanaf de zomer van 1944 nauwelijks nog toestellen de lucht in kon krijgen.

Amerikaanse verkenningsfoto Sagan 1944
Amerikaanse verkenningsfoto Sagan 1944

Doel van de verkenning van deze drie vliegvelden is om de structuur van dergelijke Japanse vliegvelden vast te leggen en de manier van opereren vanaf dit soort bush vliegbases inzichtelijk te maken. Het nog aanwezige materiaal als stoomwalsen, vrachtauto's, bunkers en schuilplaatsen, revetments (beschermde opstelplaatsen voor vliegtuigen) en dergelijke zal eveneens in kaart gebracht worden. Met name dit soort uitrusting is vrij zeldzaam omdat veel musea de focus leggen op vliegtuigen terwijl juist de organisatie en logistiek de basis vormen voor succesvol optreden van luchtmachten of het falen daarvan.

 

De snelle ontwikkeling van West-Papua/Nieuw Guinea maakt dat het inventariseren van dit erfgoed van oorlog met prioriteit uitgevoerd moet worden, voordat alle informatie op de grond verdwenen is.

 

De expeditie kan hierbij gebruik maken van een Bell-47 helikopter die verkenningen over een groter gebied mogelijk maakt. Verkenningen te voet door metershoog alang-alang gras bij een temperatuur van 35+ graden en een zicht van maximaal één meter, zijn niet erg kansrijk. De downwash van de heli maakt objecten in het gras zichtbaar waarna een grondteam daar gericht onderzoek zal kunnen doen.

Bell - 47 helikopter RARCC
Bell - 47 helikopter RARCC